Ik las bij TechCrunch over StoryKit, een nieuwe AI-app van Meta waarmee ouders gepersonaliseerde voorleesverhalen kunnen maken. Het artikel is opvallend negatief. De toon is ongeveer: zijn we nu zelfs onze fantasie aan het uitbesteden aan AI? En eerlijk gezegd snap ik die reflex wel. Als je een app gebruikt omdat je geen zin hebt om zelf aandacht aan je kind te geven, dan wordt het ongemakkelijk. Dan wordt AI een middel om iets menselijks weg te automatiseren.
Maar ik denk dat dit maar één kant van het verhaal is. En precies dat stoort me vaker in discussies over AI. Mensen kiezen snel een kant. Of AI is geweldig en alles wordt beter. Of AI is verschrikkelijk en alles wordt leger, luier en minder menselijk. Volgens mij moeten we onszelf juist trainen om allebei tegelijk te zien. Want bij dit soort toepassingen zit de waarheid bijna altijd in hoe je het gebruikt.
Google kwam eerder al met Gemini Storybook, waarmee je gepersonaliseerde, geïllustreerde verhalen kunt maken met voorleesfunctie. Volgens Google kun je eigen foto's, bestanden of tekeningen gebruiken en daar een verhaal van laten maken. Ook in de Google-aankondiging wordt expliciet genoemd dat je bijvoorbeeld een kindertekening kunt uploaden en die tot leven kunt laten komen in een verhaal. Dat klinkt misschien als een gimmick, maar mijn ervaring ermee is juist opvallend positief.
De tekening blijft het begin
Wat ik zelf doe, is niet beginnen met AI. Ik begin met mijn kinderen. Ik vraag hen om een tekening te maken. Daarna vraag ik waar de tekening over gaat. Wie staat erop? Wat gebeurt er? Waar is die plek? Wat voelt het personage? Wat gebeurt er daarna? Dan begint er iets moois. Een kind gaat vertellen, verzinnen, draaien, lachen, corrigeren en uitbreiden.
Daarna upload ik de tekening naar Gemini. Ik vertel dat het verhaal bedoeld is voor een kind van zes jaar en geef mee wat mijn zoontje zelf heeft bedacht. Niet als vervanging van zijn fantasie, maar juist als grondstof. De AI maakt daar vervolgens een voorleesverhaal van. Dat verhaal kun je door AI laten voorlezen, maar je kunt het ook printen. En dan heb je ineens een klein avonturenboek dat is ontstaan uit de fantasie van je kind.
Dat vind ik echt prachtig. Niet omdat AI het verhaal heeft verzonnen, maar omdat AI helpt om iets vast te leggen wat anders waarschijnlijk vluchtig was gebleven. Een tekening op tafel. Een verhaaltje tijdens het ontbijt. Een paar zinnen die later weer vergeten zijn. AI kan daar een boekvorm van maken. Iets dat je kunt bewaren, opnieuw lezen en misschien later nog eens aan je kind kunt laten zien.
Samen verhalen maken
Je kunt dit ook met een groep doen. Laat kinderen samen een wereld verzinnen. Laat iedereen een personage bedenken. Laat ze ruziën over of de draak aardig is of gevaarlijk, of de prinses eigenlijk een uitvinder is, of de robot bang is in het donker. Daarna kun je van al die ideeën een verhaal maken. En als het verhaal de volgende dag niet klopt, kun je het binnen een paar minuten aanpassen.
Vroeger kon dat natuurlijk ook. Je kon altijd al verhalen verzinnen met kinderen. Je kon tekenen, schrijven, voorlezen, poppenkast spelen of gewoon samen fantaseren. Maar het verschil is dat je nu sneller iets kunt maken dat af voelt. Een boekje. Een PDF. Een voorleesverhaal met illustraties. Dat maakt het voor kinderen tastbaar. Hun fantasie wordt iets dat eruitziet als een echt boek.
Dat kan ook helpen bij emoties. Een kind dat iets spannend vindt, kan misschien makkelijker vertellen via een personage. Een kind dat boos is, verdrietig is of ergens mee zit, kan dat soms beter kwijt in een verhaal dan in een direct gesprek. AI lost dat niet op, en AI vervangt zeker geen ouder. Maar het kan wel een extra middel zijn om een gesprek te openen.
StoryKit als aanleiding
En dan kom je dus bij StoryKit. De app van Meta laat ouders volgens de App Store verhalen maken met eigen personages, thema's en een privébibliotheek. De vermelding noemt ook veiligheidsfilters, een ouder-pincode, geen advertenties en geen in-app aankopen. TechCrunch schrijft dat Meta StoryKit test in geselecteerde landen en dat de app geen sociale functies heeft en bedoeld is voor gebruikers boven de achttien.
Ik heb StoryKit zelf nog niet uitgebreid getest, dus ik wil niet doen alsof ik precies weet hoe goed het werkt. Maar als middel vind ik het interessant. Het kan het begin zijn van een gesprek. Het kan kinderen stimuleren om mee te denken over personages, werelden en lessen. Het kan ouders helpen om een verhaal te maken dat aansluit bij wat er die dag speelt. Niet als vervanging van voorlezen, tekenen of praten, maar als extra vorm.
Daar zit voor mij de grens. Als StoryKit wordt gebruikt om het kind stil te krijgen terwijl de ouder op de bank blijft scrollen, dan is het een armoedig gebruik van technologie. Als het wordt gebruikt om samen een verhaal te maken, vragen te stellen, fantasie vast te leggen en daarna samen te lezen, dan kan het juist iets menselijks versterken.
Niet alles hoeft met AI
Is dit een middel dat je altijd moet gebruiken? Nee. Natuurlijk niet. Een kind kan nog steeds gewoon tekenen. Je kunt nog steeds een boek uit de kast pakken. Je kunt nog steeds zelf een gek verhaal verzinnen over een slapende reus, een verdwijnende sok of een fiets die kan praten. Het gesprek is er nog steeds. De ouder is er nog steeds. De fantasie van het kind is er nog steeds.
AI hoeft dat niet te vervangen.
Maar AI kan wel helpen om die fantasie in boekvorm vast te leggen. En dat is iets anders. Het verschil zit in de volgorde. Begin je bij AI en laat je de machine iets produceren omdat jij geen zin hebt? Of begin je bij je kind en gebruik je AI om de fantasie van je kind verder te brengen?
Dat is volgens mij steeds vaker de kernvraag bij AI. Niet: is deze technologie goed of slecht? Maar: wat versterkt het in ons? Versterkt het gemakzucht, afstand en uitbesteding? Of versterkt het aandacht, gesprek en creativiteit?
Twee kanten blijven zien
Wat ik jammer vind aan veel media-aandacht voor AI, is dat de nuance snel verdwijnt. Bij StoryKit kun je meteen het dystopische beeld zien: ouders die hun kind geen verhaal meer vertellen, maar een app aanzetten. Dat gevaar is echt. Daar moeten we niet naïef over doen. Kinderen hebben aandacht nodig. Ze hebben ouders nodig die luisteren, reageren, lachen, doorvragen en aanwezig zijn. Geen enkele AI-app mag een excuus worden om die verantwoordelijkheid weg te schuiven.
Maar je kunt ook de andere kant zien. Een kind dat zijn eigen tekening ineens terugziet als boek. Een gezin dat samen een verhaal maakt. Een klas die gezamenlijk een avontuur verzint. Een ouder die via een verhaal met een kind praat over angst, moed, jaloezie, verdriet of vriendschap. Dat is niet minder menselijk omdat AI heeft geholpen. Het kan juist menselijker worden, als AI het gesprek verdiept in plaats van vervangt.
Mijn uitdaging aan mezelf, en eigenlijk ook aan jou, is om niet blind te worden voor één kant. Als iets op het eerste gezicht gevaarlijk lijkt, forceer jezelf dan om ook de kans te zien. En als iets op het eerste gezicht fantastisch lijkt, forceer jezelf dan om ook het gevaar te zien.
Bij AI is dat volgens mij de enige volwassen houding. Niet naïef positief. Niet automatisch negatief. Maar steeds opnieuw kijken: wat gebeurt hier echt, wat verliezen we mogelijk, en wat kunnen we juist winnen?
Want AI kan fantasie vervangen.
Maar als je het goed gebruikt, kan AI fantasie ook aanzetten.