Meta liet deze week de Muse Charm zien: een klein apparaatje waarmee je kunt praten met Muse, de AI-assistent van het bedrijf. Ik moest meteen denken aan een Tamagotchi. Zo’n poppetje dat vroeger om aandacht vroeg, maar nu praat je met een AI-assistent in plaats van dat je een digitaal huisdier verzorgt. Tegelijkertijd doet het me denken aan de film *Her*, waarin iemand een persoonlijke AI-assistent heeft die steeds dichter bij zijn dagelijks leven komt.
De Muse Charm is op dit moment aangekondigd, maar nog niet verkrijgbaar. Meta heeft gezegd later dit jaar meer details te delen. De prijs en alle technische specificaties zijn dus nog niet bekend. Toch vind ik de aankondiging interessant, omdat het past bij iets wat ik al langer in mijn lezingen vertel: we gaan steeds meer AI-apparaten zien die je de hele dag bij je draagt. Meta presenteert de Muse Charm als een klein apparaat waarmee je met Muse kunt praten.
AI wordt iets wat je draagt
De Muse Charm is een opvallend voorbeeld, maar de ontwikkeling gaat breder. Er zijn AI-brillen, kleine apparaten die gesprekken kunnen opnemen en samenvatten, en zelfs ringen waarmee je een opname start. Plaud verkoopt bijvoorbeeld een notitieapparaat dat je als ketting, armband, clip of speld kunt dragen. Vocci heeft een ring waarmee je op een knop drukt om gesprekken en spraaknotities vast te leggen en te laten uitwerken.
Die apparaten zijn niet allemaal hetzelfde. Sommige zijn bedoeld om bewust een gesprek of vergadering vast te leggen. Andere bieden een directe verbinding met een AI-assistent. Over de Muse Charm heeft Meta nog weinig details gedeeld. Ik wil dus niet doen alsof dit apparaat gesprekken van omstanders opneemt. Maar de bredere ontwikkeling is duidelijk: AI komt steeds dichter bij ons lichaam en ons dagelijks leven.
Waarom steeds meer sensoren?
Een AI wordt op allerlei manieren beter gemaakt. Meer data kan helpen, maar dat is niet de enige factor: ook betere technieken, rekenkracht en de manier waarop een systeem wordt getraind spelen mee. Tegelijkertijd is hoogwaardige, vrij beschikbare data niet onbeperkt. En wanneer bedrijven hun AI willen trainen met materiaal van anderen, ontstaan er vragen over toestemming, rechten en vergoeding.
Dan worden apparaten die mensen vrijwillig gebruiken een nieuwe bron van informatie en context. Een microfoon kan gesprekken vastleggen. Een camera kan zien wat de drager ziet. Dat kan een AI-assistent veel nuttiger maken: niet alleen antwoorden op je vraag, maar ook begrijpen waar je bent, met wie je praat en wat er net is gebeurd. Dat laatste is een mogelijke richting van de technologie, geen bevestigde functie van de Muse Charm.
Voor de drager kan dat handig zijn. Je vergeet minder snel een afspraak, kunt later terugzoeken wat er is besproken of laat automatisch aantekeningen maken. Maar zodra een apparaat informatie verzamelt uit een gesprek, gaat het niet meer alleen over de persoon die het draagt. De andere mensen in de ruimte krijgen daar ook mee te maken.
Goedkoop apparaat, onbekend verdienmodel
Wat me opvalt, is dat deze AI-gadgets verrassend goedkoop zijn. Dan vraag ik me af: hoe kan dat? Is het doel om winst te maken op het apparaat zelf, of is het apparaat zo goedkoop omdat het bedrijf vooral nieuwe data wil verzamelen? AI-bedrijven hebben steeds meer informatie nodig om hun systemen te verbeteren. Wearables met microfoons en camera’s kunnen daarvoor een nieuwe bron zijn. De prijs van de Muse Charm is nog niet bekend, maar dit apparaat past wel in die bredere ontwikkeling. Daarom vraag ik me af of de lage prijs van dit soort gadgets ook samenhangt met de waarde van de data die ze kunnen opleveren.
Mijn gesprek met de schoenveter
De vraag over opnemen is voor mij niet alleen theoretisch. Ik was eens met iemand in gesprek en zag een opvallend koord om zijn nek. Het leek op een schoenveter. Ik vroeg hem of hij een AI-apparaat droeg. Hij haalde het achter zijn T-shirt vandaan en liet het me zien. Toen besefte ik dat hij het gesprek aan het opnemen was zonder dat ik dat wist.
Sindsdien denk ik vaker na over wat het betekent als zulke apparaten klein zijn en opgaan in kleding of sieraden. We zijn gewend geraakt aan herkenbare camera’s en telefoons. Maar een apparaat dat eruitziet als een koord, ring of speld valt minder op. Je kunt dus niet altijd aan iemands uiterlijk zien of er technologie meeluistert.
Dat betekent niet dat we ieder gesprek voortaan wantrouwend moeten voeren. Wel verandert het onze sociale verwachtingen. Vroeger kon een gesprek grotendeels uit je geheugen verdwijnen. Nu kan iemand het bewaren, laten uitschrijven en door een AI laten doorzoeken. Dat beïnvloedt wat mensen durven te zeggen, ook als de opname later nergens voor wordt gebruikt.
Privacy is niet alleen jouw keuze
Je kunt zelf toestemming geven om jouw informatie met een AI-apparaat te delen. Maar daarmee kun je niet automatisch namens iedereen toestemming geven die in de buurt staat. Als een opname persoonsgegevens bevat, kunnen privacyregels gelden. De Europese Commissie beschrijft dat persoonsgegevens alleen met een passende rechtsgrond mogen worden verwerkt en dat toestemming, wanneer die wordt gebruikt, vrij, specifiek en geïnformeerd moet zijn. De precieze regels hangen af van de situatie. Een opname is dus niet automatisch in elke context verboden, maar ook niet vanzelfsprekend vrij te gebruiken. De Europese Commissie legt uit hoe toestemming onder de AVG werkt.
Op je werk komt daar nog iets bij. Een opname van een klantgesprek of interne bespreking kan botsen met afspraken over vertrouwelijkheid, het beleid van je organisatie of regels voor het verwerken van persoonsgegevens. Ga er dus niet vanuit dat je zomaar ieder gesprek in een persoonlijke AI-dienst kunt zetten. Bespreek met je organisatie welke hulpmiddelen zijn toegestaan en welke informatie je ermee mag verwerken.
En dan zijn er de informele gesprekken: met vrienden, familie, collega’s of iemand die je net ontmoet. Misschien moeten we eraan wennen om gewoon te vragen: “Ben je me aan het opnemen?” Dat klinkt ongemakkelijk. Maar misschien wordt het net zo normaal als vragen of iemand een foto wil maken voordat je een camera op hem richt.
Ik weet nog niet wat de beste oplossing is. Misschien moeten apparaten duidelijker aangeven wanneer ze opnemen. Misschien moeten we strengere afspraken maken voor werk en openbare ruimtes. En misschien begint het voorlopig gewoon met een vraag die we nog niet gewend zijn te stellen.
Ben je me aan het opnemen?