← blog

De altijd-aan AI komt eraan

Ik zag deze week een video van Sam Altman waarin hij het onder andere heeft over persoonlijke AI. Een AI die niet alleen wacht tot jij een vraag stelt, maar die eigenlijk altijd met je meedraait. Altijd context heeft. Altijd kan meekijken. Altijd kan helpen. Dat klinkt nog steeds een beetje als sciencefiction, maar ik merk steeds sterker dat dit precies de kant is waar we naartoe bewegen.

We zijn nu gewend geraakt aan AI als iets wat je actief opent. Je opent de ChatGPT app. Je opent Claude. Je geeft een opdracht. Daarna doet de AI iets. Maar dat voelt inmiddels bijna als een tussenfase. Want in veel situaties wil je niet eerst je laptop openklappen, een project starten, context uitleggen en wachten tot de AI begrijpt wat er aan de hand is. Je wilt gewoon kunnen zeggen: regel dit even. Maak hier een samenvatting van. Zet dit op mijn takenlijst. Stuur die persoon morgen een herinnering. Zoek terug wat er vorige week in dat gesprek werd gezegd.

Dat is de altijd-aan AI.

We oefenen er al mee

Ik merk dit zelf heel sterk bij de ChatGPT app. Ik gebruik de ChatGPT app de hele dag voor websites, blogs, tools, automatiseringen en allerlei werk dat vroeger verspreid zat over losse programma's. Maar praktisch gezien werkt dit vooral als ik mijn MacBook actief open heb staan. Dat is logisch, want er wordt lokaal in mijn project gewerkt. Toch zijn er steeds vaker momenten waarop ik denk: ik zou nu gewoon tegen mijn AI moeten kunnen zeggen dat hij iets moet uitvoeren, ook als mijn laptop dicht is.

Daar zie je nu allemaal workarounds voor ontstaan. Mensen laten hun laptop thuis openstaan en bedienen die via hun telefoon. Anderen draaien kleine servers waarop agents en automatiseringen blijven lopen. Zelf bouw ik ook van dat soort oplossingen, omdat ik niet wil wachten tot de mainstream softwarewereld klaar is. Maar voor de meeste mensen is dat nog veel te technisch. Die gaan geen eigen server inrichten, geen tunnels instellen en geen scripts onderhouden.

Daarom denk ik dat dit uiteindelijk steeds meer naar de cloud verschuift. Niet omdat lokaal draaien onbelangrijk wordt. Integendeel, voor privacy en onafhankelijkheid blijft lokale AI belangrijk. Maar als je een assistent wilt die altijd beschikbaar is, op elk apparaat, op elk moment, dan kom je al snel uit bij iets dat continu ergens draait. Niet alleen wanneer jij toevallig je laptop open hebt.

De wereld wordt een geheugen

Je ziet die beweging ook bij tools als Granola. Granola noemt zichzelf een AI-notepad voor mensen met veel meetings. Het transcribeert op de achtergrond, maakt notities, actiepunten en follow-ups, en zorgt dat je later kunt terugvragen wat er in gesprekken is besproken. Dat is interessant, omdat het niet alleen gaat over notulen maken. Het gaat over geheugen. Gesprekken worden doorzoekbaar. Wat vluchtig was, wordt opslag. Wat normaal uit je hoofd verdwijnt, wordt context voor je AI.

En dan komen de wearables. Futurist Amy Webb wees eerder al op de samenkomst van AI, wearables en biotechnologie. Haar gedachte is dat AI steeds meer data nodig heeft om nuttiger te worden. Op een gegeven moment zit het grootste deel van het openbare internet al in de AI. Dan wordt de vraag: waar komt de nieuwe context vandaan? Het antwoord ligt voor een groot deel bij sensoren, apparaten en wearables die ons dagelijks leven vastleggen.

Dat klinkt abstract, maar je ziet het nu al concreet worden. De Limitless Pendant wordt gepresenteerd als een lichte AI-wearable die onthoudt wat je door de dag heen zegt, van meetings tot losse gesprekken. Plaud verkoopt AI-notetakers en NotePins die gesprekken kunnen opnemen, transcriberen en samenvatten. Dit zijn geen wilde toekomstbeelden meer. Dit zijn producten die je nu kunt kopen.

Nooit meer iets vergeten

De belofte is enorm aantrekkelijk. Stel je voor dat je nooit meer hoeft te denken: wat zei die klant ook alweer? Wat hadden we afgesproken? Wie zou wat doen? Wat was dat idee dat ik tijdens een wandeling had? Wat zei mijn kind vanmorgen waar ik later nog iets mee wilde doen? Een altijd-aan AI kan dat allemaal vasthouden. Niet als een harde schijf vol audio, maar als een leesbare laag van je leven. Gesprekken worden samenvattingen. Samenvattingen worden taken. Taken worden acties. En als je iets vergeet, vraag je het gewoon terug.

Dat is precies waarom dit zo snel relevant wordt. Mensen willen geen perfecte technologie omdat technologie mooi is. Mensen willen minder vergeten. Minder zoeken. Minder dubbel werk doen. Minder nadenken over administratie. Meer ruimte hebben voor het echte gesprek, terwijl de AI onthoudt wat er is gezegd.

Ik snap die aantrekkingskracht volledig. Sterker nog, ik wil het zelf ook. Er zijn zoveel momenten waarop ik nu denk: als mijn assistent dit had meegekregen, had hij straks veel beter werk voor me kunnen doen. Niet omdat ik luier wil worden, maar omdat veel van mijn werk nu bestaat uit context opnieuw uitleggen. Als AI altijd context heeft, verschuift de hele manier waarop je werkt.

De beperking is fysiek

Maar daar zit meteen de grote beperking. Sam Altman heeft het vaker over compute, tokens en het idee dat AI in de toekomst meer als een nutsvoorziening kan worden geleverd. In dit gesprek komt dezelfde onderliggende realiteit terug: een altijd-aan AI kost ongelofelijk veel rekencapaciteit. Voor één persoon kun je je nog voorstellen dat dit kan. Een assistent die luistert, kijkt, transcribeert, samenvat, taken uitvoert en steeds opnieuw context verwerkt. Maar voor de hele wereld is dat een totaal ander verhaal.

Dan hebben we het niet meer alleen over software. Dan hebben we het over energie, chips, datacenters, koeling, netcapaciteit, grondstoffen en infrastructuur. In mijn boek *De Grote Verandering* schrijf ik ook dat AI niet los te zien is van energie. Als je intelligentie op grote schaal wilt draaien, heb je een revolutie nodig in schone energie en infrastructuur. Misschien wordt zonne-energie veel goedkoper. Misschien worden datacenters op nieuwe plekken gebouwd. Misschien gaan we op termijn zelfs serieuzer nadenken over datacenters buiten de aarde. Dat klinkt extreem, maar de richting is duidelijk: de vraag naar AI-capaciteit gaat botsen met de fysieke wereld.

We staan dus op een vreemd grensmoment. In de nabije toekomst kun je al zien wat er komt: een AI-assistent die altijd aan staat, met je meekijkt en taken uitvoert. Maar praktisch gezien is dat nog niet voor iedereen beschikbaar. We oefenen er nu mee via laptops, apps, wearables, losse automatiseringen en kleine servers. We zien de vorm al, maar de infrastructuur is nog niet groot genoeg.

Privacy wordt sociaal

En dan is er natuurlijk privacy. Want een altijd-aan AI gaat niet alleen over jouw data. Als jij een wearable draagt die alles opneemt, neem je ook andere mensen mee in jouw systeem. Een klant die bij jou op kantoor komt, kan misschien ongemerkt een AI-recorder dragen. Een collega kan een meeting laten transcriberen zonder dat iedereen goed begrijpt waar die data naartoe gaat. Een vriend kan een gesprek bewaren dat voor jou vluchtig had moeten blijven.

Dat maakt privacy minder individueel dan we vaak denken. Het gaat niet alleen om de keuze: wil ik mijn eigen data delen? Het gaat ook om de vraag: wat gebeurt er met mij als iemand anders zijn AI altijd aan heeft staan?

Volgens mij gaan we daardoor nieuwe sociale regels nodig hebben. Net zoals we ooit moesten leren wanneer het normaal is om je telefoon op tafel te leggen, wanneer je iemand filmt en wanneer je een foto online zet. Straks moeten we leren wanneer opnemen oké is, wanneer je het expliciet moet melden, wanneer het verboden moet zijn en hoe je voorkomt dat mensen zich continu bekeken voelen. Want als iedereen een persoonlijk archief van gesprekken kan aanleggen, verandert de sfeer in een ruimte.

Mensen gaan zich anders gedragen als ze weten dat alles wordt vastgelegd.

Her wordt minder fictie

Het voelt steeds meer alsof de film *Her* langzaam werkelijkheid wordt. Niet letterlijk natuurlijk. Maar het idee van een persoonlijke AI die je kent, met je meebeweegt, je helpt, je herinnert, met je praat en bijna als een tweede laag over je leven ligt, komt dichterbij. Alleen zal de weg ernaartoe rommeliger zijn dan in een film. We krijgen slechte producten. Privacyproblemen. Juridische discussies. Werkplekken waar niemand meer weet of hij wordt opgenomen. Gezinnen waarin AI te veel aanwezig is. Bedrijven die veel te laat nadenken over beleid.

Maar dat betekent niet dat de ontwikkeling stopt. De wens is te sterk. De voordelen zijn te groot. En zodra mensen eenmaal ervaren hoe handig het is om een AI te hebben die echte context heeft, willen ze waarschijnlijk niet meer terug naar een assistent die elke keer opnieuw moet worden bijgepraat.

Daarom denk ik dat organisaties, bedrijven en overheden nu al moeten nadenken over deze toekomst. Niet pas wanneer iedereen met een AI-ketting binnenloopt. Niet pas wanneer elke meeting automatisch wordt opgenomen. Niet pas wanneer medewerkers zelf allerlei apps gebruiken zonder dat de organisatie weet waar data terechtkomt. Dit is het moment om de vragen te stellen.

Welke gesprekken mogen worden vastgelegd? Welke data mag een persoonlijke AI gebruiken? Welke informatie moet lokaal blijven? Wanneer moet opname expliciet worden gemeld? Welke AI-tools mogen medewerkers gebruiken? Wat doen we als een klant of leverancier een altijd-aan AI meeneemt? En hoe zorgen we dat de voordelen van zo'n assistent niet automatisch betekenen dat we onze sociale veiligheid verliezen?

De keuze begint nu

Ik denk dat de altijd-aan AI onvermijdelijk dichterbij komt. Niet morgen voor iedereen op een perfecte manier, maar stap voor stap. Eerst als notuleertool. Daarna als wearable. Daarna als cloudagent. Daarna als persoonlijke assistent die je werk, agenda, gesprekken, bestanden en taken met elkaar verbindt.

Daar kun je bang voor zijn. En daar zijn goede redenen voor. Maar je kunt er ook nieuwsgierig naar kijken. Want goed gebruikt kan dit ook geweldig zijn. Minder vergeten. Betere voorbereiding. Minder administratie. Meer continuïteit tussen gesprekken en acties. Een AI die niet alleen antwoord geeft, maar echt begrijpt waar je mee bezig bent.

De volwassen houding is volgens mij niet om dit weg te lachen als sciencefiction, maar ook niet om het blind te omarmen. De volwassen houding is om te erkennen dat dit eraan komt en nu al keuzes te maken. Als persoon. Als organisatie. Als overheid.

Want de vraag is niet alleen of we straks een AI hebben die altijd met ons meekijkt.

De vraag is vooral: onder welke voorwaarden vinden we dat acceptabel?