Het einde van software is in zicht. Of juist het begin. Het is maar net hoe je ernaar kijkt.
Anthropic heeft deze week Claude Fable 5 en Claude Mythos 5 uitgebracht. En wat je nu overal ziet, is dat mensen verbaasd zijn over de kwaliteit van de programma's die deze modellen kunnen maken. Met één of twee prompts ontstaan ineens complete programma's. Dingen waar je vroeger een ontwikkelaar, een softwarepakket of een hele middag voor nodig had, lijken nu soms in een paar minuten te verschijnen.
Dat klinkt misschien overdreven, maar ik herken de beweging heel sterk. Een jaar geleden was ik al behoorlijk onder de indruk van wat AI-agents konden. Alleen moest ik toen nog veel heen en weer prompten om een volledige website te maken. Ik heb toen een site gebouwd met een betalingssysteem, een inlogsysteem en een soort eigen YouTube-omgeving waarin ik mijn cursusvideo's beschermd kon aanbieden. Dat was bijzonder, maar het kostte me nog ongeveer een dag.
Nu, een jaar later, kan ik via Codex van ChatGPT hetzelfde bereiken in misschien tien tot twintig prompts. Dan ben ik er één tot twee uur mee bezig. Dat is al een enorme verandering. Maar wat we nu online zien, gaat nog een stap verder. Hetzelfde soort werk in één of twee prompts. En dan vijf minuten wachten.
Complete programma's uit één prompt
Dat vind ik echt bizar. Niet omdat ik denk dat alles meteen perfect is. Dat is het niet. Er blijven fouten ontstaan. Je moet blijven controleren. Je moet nog steeds nadenken over wat je eigenlijk wilt maken. Maar de sprong in kwaliteit is zo groot dat je er niet meer omheen kunt.
We zijn van "AI helpt mij bij software" naar "AI maakt software voor mij" gegaan. En misschien gaan we nu zelfs richting: "AI maakt software terwijl ik alleen nog beschrijf wat ik nodig heb." Dat is een fundamenteel andere wereld.
Vroeger kocht je software. Daarna abonneerde je je op software. Nu laat je software maken op het moment dat je het nodig hebt.
Bedrijven lopen achter op consumenten
Het bizarre is dat ik regelmatig bij bedrijven kom die net zijn begonnen met het integreren van AI in hun producten of software. Dat is logisch. Bedrijven bewegen nu eenmaal langzamer. Er zijn bestaande systemen, teams, processen, security-eisen, budgetten en roadmaps. Maar tegelijkertijd zie je als consument dat je soms al iets vergelijkbaars zelf kunt maken met één prompt.
Recent gaf ik een keynote bij een bedrijf dat hard gaat inzetten op AI-transcriptie in hun product. Na mijn keynote sprak ik met mensen van dat bedrijf en vertelde ik dat ik een deel van mijn presentatie bewust wat korter had gemaakt. Niet omdat het onderwerp niet interessant was, maar omdat ik hetzelfde lokaal op mijn eigen MacBook kan maken. Gratis. Met minder milieubelasting. En volledig privacyproof, omdat alles op mijn eigen laptop blijft.
Dat is natuurlijk een ongemakkelijke constatering. Niet omdat zo'n bedrijf niets meer te bieden heeft. Producten gaan niet alleen over technologie. Ze gaan ook over gebruiksgemak, integratie, betrouwbaarheid, support, distributie en vertrouwen. Maar het laat wel iets zien. We hebben nu supertools in handen, terwijl een groot deel van de maatschappij nog niet goed geïnformeerd is over wat er al kan.
De eerste scheurtjes
Veel mensen zeggen dat banen niet echt gaan verdwijnen. Of dat software niet gaat verdwijnen. Of dat het allemaal wel meevalt. En misschien hebben ze op korte termijn deels gelijk. De maatschappij verandert niet zo snel. Mensen veranderen niet zo snel. Bedrijven veranderen al helemaal niet zo snel.
Maar als je met mensen doorpraat, merk je vaak dat ze simpelweg niet op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen. Ze reageren op AI zoals het een jaar geleden was. Soms zelfs zoals het twee jaar geleden was. Dat is gevaarlijk, want AI ontwikkelt zich niet in het tempo waarin organisaties gewend zijn te veranderen.
Er is een grote verandering op gang gekomen. En misschien zie je die nog niet overal in de cijfers. Misschien zie je die nog niet in elke functieomschrijving. Misschien zie je die nog niet in elk bedrijf. Maar je ziet wel de eerste scheurtjes.
De vraag is niet meer of AI software verandert. De vraag is hoe snel wij dat doorhebben.
De mist van exponentiële vooruitgang
Dan komt natuurlijk de grote vraag: waar gaat dit heen? Gaan we allemaal onze eigen software maken? Of verdwijnt software naar de achtergrond en doen we straks bijna alles via een AI-chatbot die namens ons werkt?
Het lastige aan voorspellen is dat AI exponentieel beweegt. En daar zijn wij niet goed in. Wij denken vaak lineair. Alsof je 's nachts in een auto rijdt. Je koplampen schijnen vooruit. Je ziet de weg voor je. Hoe verder je kijkt, hoe moeilijker het wordt, maar het licht neemt langzaam af. Zo denken we vaak over de toekomst. We verwachten dat het steeds een beetje vager wordt.
Maar AI voelt niet lineair. AI voelt meer als mist. Je kunt een paar meter vooruit kijken. En daarna zie je ineens niets meer. Dat maakt voorspellen moeilijk. Je ziet de richting, maar niet de hele weg. Je ziet de eerste meters, maar daarna verdwijnt alles in de mist.
Toch lees je mijn blog natuurlijk niet omdat ik geen voorspelling durf te doen.
Dus hier is mijn beste gok.
Software verdwijnt uit beeld
Ik denk dat software, zoals we die nu kennen, grotendeels gaat verdwijnen. Niet omdat er geen software meer is. Integendeel. Er komt waarschijnlijk juist veel meer software. Maar onze interactie met software verandert.
Dat zie ik nu al in mijn eigen werk. Ik gebruik steeds minder programma's op mijn MacBook op de manier waarop ik dat vroeger deed. Ik open minder apps. Ik klik minder door menu's. Ik zoek minder naar knoppen. Steeds vaker laat ik AI het werk doen.
Een goed voorbeeld is e-mail. Vroeger ging ik naar Gmail, opende mijn inbox, klikte op elke mail, las de inhoud, bedacht een antwoord en schreef dat antwoord zelf. Soms kopieerde ik een mail naar een AI-chatbot, liet ik een antwoord maken, plakte ik dat weer terug in Gmail en verzond ik het. Dat deed ik meerdere keren per dag.
Nu werkt dat anders. Ik heb twee e-mailadressen: info@thefuture.im en robbert@thefuture.im. Het eerste adres is mijn algemene inbox. Zodra daar een e-mail binnenkomt, kijkt mijn AI naar de kennisbank die het heeft, formuleert een antwoord en verzendt direct de mail. Als ik in mijn inbox zou kijken, zie ik die mail niet eens meer in de lijst staan.
Bij mijn persoonlijke e-mailadres werkt het net anders. Als daar een mail binnenkomt, doet de AI dezelfde analyse, maar wordt de mail op gelezen gezet en maakt het systeem een conceptantwoord. In de ochtend krijg ik binnen Codex mijn ochtendbriefing. Daarin zie ik hoeveel mails er vanuit info@thefuture.im zijn verzonden en wat samengevat de inhoud was. Ik zie ook hoeveel conceptantwoorden er zijn gemaakt voor mijn persoonlijke mail, inclusief de inhoud. Dan lees ik het na. Ik geef aan wat er aangepast moet worden. Of ik zeg dat het goed is. En daarna verzendt de AI alsnog de mail.
Mijn startpunt is veranderd
Als je goed kijkt, is software in dit voorbeeld niet verdwenen. Gmail bestaat nog steeds. E-mail bestaat nog steeds. Onder de motorkap draaien er scripts, koppelingen, databases, regels en modellen. Er is juist veel software nodig om dit mogelijk te maken.
Maar mijn interactie met software is wel verdwenen. Ik begin niet meer in Gmail. Ik begin in een AI-chatbot. En dat is volgens mij de grote verandering.
Software verdwijnt niet per se technisch. Maar software verdwijnt wel uit ons zicht. De app is niet langer het startpunt. De interface is niet langer het programma. Het startpunt wordt de agent.
Dat betekent ook dat veel softwarebedrijven zich opnieuw moeten afvragen wat hun product eigenlijk is. Is je product de app? Of is je product het werk dat voor de gebruiker gedaan wordt? Want als AI dat werk straks direct kan uitvoeren, wordt de app zelf veel minder belangrijk.
Het begin van iets nieuws
Daarom weet ik niet of dit het einde van software is. Misschien is het juist het begin van software die overal is, maar nergens meer zichtbaar. Software die niet meer voelt als software. Software die ontstaat op het moment dat je het nodig hebt. Software die namens jou werkt. Software die niet wacht tot jij op een knop klikt, maar begrijpt wat er moet gebeuren.
Dat is spannend. En ongemakkelijk. Want bedrijven, banen en producten zijn gebouwd op de oude wereld. Een wereld waarin software schaars was, duur was en door specialisten gemaakt moest worden. Maar als software steeds goedkoper, sneller en persoonlijker wordt, verandert alles.
Niet in één klap. Niet morgen overal. Maar wel sneller dan veel mensen denken.
De eerste scheurtjes zijn er al. En als je goed luistert, hoor je software langzaam naar de achtergrond verdwijnen.