Ik plaatste laatst een LinkedIn-post met de titel *Mijn AI-lichaam*. Daarin vertelde ik hoe ik met een persoonlijke AI-coach van ongeveer 90 kilo naar 75 kilo ging. In de zomer van 2025 merkte ik dat mijn lichaam niet meer deed wat ik wilde. Een bergwandeling werd ineens een confrontatie. Na het zwemmen was ik sneller moe dan ik wilde toegeven. En in de speeltuin keek ik vaker vanaf de zijkant naar mijn kinderen dan dat ik echt meedeed.
Ik wilde weer meedoen. Daarom bouwde ik een persoonlijke AI-agent. Niet als wondermiddel. Niet als app die mij ineens discipline gaf. Maar als systeem met een dagboek, metingen en een dagelijkse stok achter de deur. Elke dag legde ik vast wat ik at, welke oefeningen ik deed, hoe ik me voelde en wat wel of niet lukte. De AI keek naar patronen en stelde steeds één kleine volgende stap voor. Dat was achteraf misschien wel het belangrijkste. Niet het grote plan, maar de kleine terugkerende feedbacklus.
Wie het persoonlijke verhaal wil zien, kan het korte artikel op The Future lezen. Ik heb ook een handleiding gemaakt voor mensen die hiermee willen experimenteren. Maar mijn gedachten gaan inmiddels verder dan mijn eigen gewicht of mijn eigen training. Wat mij vooral bezighoudt, is dat zo'n AI-healthcoach langzaam verandert in een persoonlijke kennisbank over je lichaam.
Van losse prompts naar geheugen
Toen ik hiermee begon, werkte ik nog veel met Google Gemini. Dat kon prima, maar ik moest steeds opnieuw invoeren wat er aan de hand was. Wat had ik gegeten? Welke wandeling had ik gedaan? Waar voelde ik pijn? Wat was de vorige afspraak? Wat had ik vorige week geprobeerd? AI vergat vaak dingen over mij, of kende de context net niet goed genoeg. Daardoor moest ik veel herhalen.
Met de komst van desktop apps is dat echt veranderd. Je kunt nu een map op je computer hebben waarin de kennisbank blijft staan. Daarin staan je dagboek, metingen, trainingsschema's, voedingsnotities, voorkeuren, pijntjes, terugkoppelingen en misschien ook artikelen of inzichten die je relevant vindt. Als de AI toegang heeft tot die map, hoeft het niet steeds opnieuw te beginnen. Het systeem heeft context.
Dat klinkt misschien als een klein technisch verschil, maar dat is het niet. Het verschil tussen een losse chatbot en een AI met een persoonlijke kennisbank is enorm. De chatbot geeft een antwoord op basis van wat je op dat moment zegt. De kennisbank maakt zichtbaar hoe iets zich ontwikkelt. Je krijgt niet alleen advies op basis van vandaag, maar op basis van patronen over weken en maanden.
De feedbacklus
Voor mij zat de kracht niet in een perfecte prompt. De kracht zat in de gewoonte om terug te komen. Eerlijk vastleggen wat er gebeurde. Een kleine haalbare stap kiezen. Terugmelden wat wel en niet lukte. Aanpassen. Opnieuw beginnen.
De eerste adviezen waren bijna saai. Porties meetbaar maken. Tien minuten rustig wandelen. Daarna terugmelden hoe mijn lichaam reageerde. Pas na een pijnvrije terugkoppeling werd tien minuten vijftien, twintig, vijfentwintig en dertig. Later kwamen er korte thuistrainingen bij met lichaamsgewicht, een kettlebell, een verstelbare dumbbell en een weerstandsband. Meestal 15 tot 20 minuten. Op drukke dagen verdeelde ik dat over blokjes van één of twee minuten.
Dat klinkt niet spectaculair. Maar precies daarom werkte het. De AI maakte mijn gedrag zichtbaar. Het systeem zag patronen die ik zelf makkelijk kon negeren. Niet als dokter, fysiotherapeut of diëtist, maar als spiegel. En dat onderscheid is belangrijk. Een AI-healthcoach is geen medisch hulpmiddel en geen vervanging voor een huisarts, psycholoog, fysiotherapeut of diëtist. Maar het kan wel helpen om eerlijker en consistenter naar jezelf te kijken.
Wat als je dit kunt delen?
Daar begint voor mij de volgende vraag. Want als zo'n persoonlijke kennisbank steeds beter wordt, wil ik die informatie dan ook kunnen delen met mijn huisarts? Of met een ziekenhuis? Of met een psycholoog als ik psychologische begeleiding nodig heb?
Op dit moment is een bezoek aan een arts vaak een momentopname. Je probeert in een paar minuten uit te leggen wat er de afgelopen weken of maanden is gebeurd. Wanneer begon de klacht? Hoe vaak kwam het terug? Wat deed je toen? Hoe sliep je? Had je stress? Wat at je? Welke beweging ging wel en welke niet? Dat soort informatie zit vaak ergens in je hoofd, in losse notities of helemaal nergens.
Maar stel dat je een persoonlijke AI-kennisbank hebt die dit netjes heeft bijgehouden. Dan kun je misschien niet alleen zeggen dat je vaak moe bent, maar laten zien wanneer dat gebeurt. Niet alleen zeggen dat je rug pijn doet, maar laten zien na welke activiteiten het erger wordt. Niet alleen zeggen dat je stress hebt, maar laten zien welke patronen terugkomen in slaap, agenda, voeding en beweging.
Dat kan enorm waardevol zijn. Niet omdat de AI de diagnose moet stellen, maar omdat de mens die jou helpt betere context krijgt.
De patiënt als kennisbron
We zijn gewend dat een ziekenhuis een dossier over jou heeft. Uitslagen, afspraken, medicatie, brieven, scans, diagnoses. Maar wat als jij zelf ook een dossier hebt? Niet alleen een medisch dossier, maar een dagelijkse kennisbank over hoe je leeft, beweegt, slaapt, eet, werkt en herstelt.
Dan ontstaat er iets nieuws. Het ziekenhuis heeft zijn eigen kennisbank. Jij hebt jouw persoonlijke kennisbank. En op sommige momenten wil je die misschien tijdelijk of gedeeltelijk koppelen. Niet alles. Niet automatisch. Niet voor altijd. Maar precies dat deel dat relevant is voor de vraag waarvoor je hulp zoekt.
Dat klinkt simpel, maar het is ingewikkeld. Want gezondheidsdata is extreem gevoelig. Wie mag erbij? Hoe lang? Mag een verzekeraar dit zien? Mag een werkgever dit zien? Mag een AI-aanbieder dit gebruiken om zijn systeem te trainen? Kun je fouten corrigeren? Kun je zien wie jouw informatie heeft bekeken? En kun je delen zonder meteen de controle kwijt te raken?
Van individu naar populatie
Op metaniveau wordt het nog interessanter. Als veel mensen een eigen gezondheidskennisbank opbouwen, kunnen ziekenhuizen misschien ook beter begrijpen hoe een patiëntenpopulatie zich ontwikkelt. Niet alleen op basis van ziekenhuisbezoeken, maar ook op basis van patronen in het dagelijks leven. Wat gebeurt er vóórdat klachten ernstig worden? Welke leefstijlpatronen komen terug? Welke adviezen werken bij welke groep mensen wel en bij welke groep juist niet?
Daar zit een enorme kans voor lichamelijke en geestelijke gezondheid. Psychologen zouden misschien betere context krijgen over wat er tussen sessies gebeurt. Huisartsen zouden beter voorbereid kunnen zijn op een consult. Ziekenhuizen zouden sneller patronen kunnen herkennen. Onderzoekers zouden, met goede bescherming en toestemming, kunnen leren van gegevens die nu vaak helemaal niet bestaan of versnipperd zijn.
In Europa beweegt dit onderwerp ook al. De European Health Data Space is in 2025 in werking getreden als kader voor toegang, delen en hergebruik van elektronische gezondheidsdata. Dat betekent niet dat alles morgen geregeld is. Er komt juist een overgangsperiode met veel technische en juridische uitwerking. Maar het laat wel zien dat gezondheidsdata steeds meer een strategisch onderwerp wordt.
De keerzijde
Toch moeten we hier voorzichtig mee zijn. Want dezelfde kennisbank die jou kan helpen, kan ook tegen je werken. Als een verzekeraar toegang krijgt tot je leefstijlgegevens, kan dat gevolgen hebben voor premie of acceptatie. Als een werkgever toegang krijgt tot gezondheidsdata, kan dat invloed hebben op kansen of beoordelingen. Als een AI een verkeerd patroon ziet, kan iemand onterecht ongerust worden of juist te laat hulp zoeken. En als data uitlekt, kun je dat niet zomaar terughalen.
Daarom denk ik dat dit soort systemen vanaf het begin goed ontworpen moeten worden. Privé waar het privé moet blijven. Deelbaar waar het nuttig is. Tijdelijk waar het tijdelijk moet zijn. Controleerbaar door de mens. Met duidelijke grenzen tussen coaching, medisch advies en diagnose.
Voor mij is dat ook de reden dat ik mijn AI-healthcoach vooral zie als een coachend en reflecterend systeem. Het helpt mij bij gedrag, terugkoppeling en patronen. Maar als iets medisch belangrijk wordt, moet de menselijke professional de route blijven.
Organisaties moeten hierover nadenken
Ik ben waarschijnlijk nog vroeg met dit soort systemen. Maar ik denk niet dat dit lang uitzonderlijk blijft. Nu bouwen een paar mensen hun eigen AI-healthcoach. Straks doen veel meer mensen dat. Niet omdat iedereen ineens technisch wordt, maar omdat AI-apps het steeds makkelijker maken. Je praat tegen de AI. Je logt wat er gebeurde. Je koppelt een wearable. Je bewaart relevante documenten. En langzaam ontstaat er een persoonlijke gezondheidskennisbank.
Daarom zouden organisaties hier nu al over moeten nadenken. Huisartsenpraktijken. Ziekenhuizen. GGZ-instellingen. Fysiotherapeuten. Onderzoekers. Verzekeraars, maar dan met hele strakke grenzen. Want de vraag is niet alleen of mensen persoonlijke AI-healthcoaches gaan gebruiken. Dat gaan ze doen. De vraag is hoe de zorgwereld daarmee omgaat.
Gaan we doen alsof die persoonlijke kennisbanken niet bestaan? Gaan we ze chaotisch laten binnenkomen als losse PDF's, screenshots en exports? Of gaan we nadenken over manieren waarop mensen veilig, tijdelijk en begrijpelijk relevante context kunnen delen met de professionals die hen helpen?
Een AI-healthcoach lijkt in eerste instantie klein. Iemand valt af. Iemand beweegt meer. Iemand houdt beter bij hoe hij zich voelt. Maar op een groter niveau kan dit een nieuwe laag worden tussen mens en zorgsysteem.
Niet de AI die de dokter vervangt.
Maar de AI die ervoor zorgt dat jij jezelf beter begrijpt voordat je bij de dokter binnenkomt.