Tijdens mijn lezingen merk ik dat mensen soms over totaal verschillende AI lijken te praten. De een heeft ChatGPT een paar keer geprobeerd en zag een chatbot die fouten maakt of simpele vragen verkeerd begrijpt. De ander gebruikt dagelijks de nieuwste AI-agents en ziet hoe die zelfstandig aan programmeer- of onderzoekstaken werken. Dan ontstaat al snel een discussie over wie er gelijk heeft. Maar misschien hebben ze allebei gelijk, omdat ze niet dezelfde AI-ervaring hebben.
Dat is wat mij aanspreekt in de recente post van Andrej Karpathy. Hij beschrijft geen wereld waarin iedereen dezelfde mogelijkheden ziet. Hij schetst eerder een trechter: van mensen die AI nauwelijks hebben gebruikt, via mensen die af en toe een gratis chatbot openen, naar professionals die met de nieuwste systemen werken. Helemaal bovenin zit nog een heel kleine groep die intern toegang heeft tot de krachtigste AI-systemen.
Twee ervaringen kunnen tegelijk waar zijn
Ik vind dat belangrijk, omdat we vaak doen alsof er maar één ervaring met AI bestaat. Iemand gebruikt een gratis chatbot voor een vraag of een e-mail en concludeert dat AI niet veel kan. Tegelijkertijd geeft iemand anders een geavanceerde AI-agent een grote programmeertaak en ziet die hoe het systeem lang doorwerkt aan iets waar een team vroeger dagen of weken voor nodig had. Die voorbeelden spreken elkaar niet per se tegen. Ze laten zien dat AI sterk verschilt per taak, toegang en manier van gebruiken.
Karpathy probeert die kloof met grove schattingen in beeld te brengen. Volgens zijn ruwe berekening hebben miljarden mensen nauwelijks met AI gewerkt, gebruiken ongeveer een tot twee miljard mensen af en toe een gratis chatbot, zetten rond de twintig miljoen professionals de nieuwste AI in voor onder meer programmeren en wiskunde, en hebben ongeveer vijfduizend mensen intern toegang tot de meest geavanceerde systemen. Dat zijn geen exacte, onafhankelijk gemeten aantallen. Maar de verhoudingen maken wel duidelijk hoe klein de groep is die de nieuwste mogelijkheden dagelijks ervaart.
Wat de meeste mensen nog niet zien
Ik herken dat ook in een korte reactie van Elon Musk. Hij reageerde met “True” op een bericht over mensen die je in de echte wereld tegenkomt, buiten X, en die geen idee hebben wat eraan komt. Dat is precies de spanning: voor een kleine groep voelt de verandering al heel concreet, terwijl veel anderen haar nauwelijks hebben gezien.
Dat verschil kan verwarrend zijn. Als je alleen afgaat op de gratis chatbot die je vorig jaar eens hebt geprobeerd, onderschat je misschien wat de nieuwste systemen inmiddels kunnen. Maar als je dagelijks met de krachtigste AI werkt, kun je ook vergeten dat de meeste mensen die ervaring niet hebben. Dan klinkt een toekomstbeeld vanzelfsprekend dat voor anderen nog abstract of overdreven voelt.
De kloof overbruggen
Voor mij is de conclusie niet dat iedereen meteen enthousiast moet worden. Wel denk ik dat we mensen de kans moeten geven om AI zelf uit te proberen op echte taken, met de beste systemen waar ze redelijkerwijs toegang toe hebben. Niet alleen een losse vraag stellen, maar ervaren wat er gebeurt als je AI een groter doel en de juiste middelen geeft. Dan wordt het gesprek concreter: wat werkt al, wat nog niet, en wat betekent dat voor mijn werk?
Tijdens mijn lezingen probeer ik daarom niet alleen te vertellen dat AI snel verandert, maar ook te laten zien wat ik er zelf mee doe. De kloof tussen mensen die de nieuwste AI dagelijks gebruiken en mensen die er nauwelijks mee in aanraking komen, zal niet vanzelf verdwijnen. Maar we kunnen haar wel kleiner maken door ervaringen te delen en samen te testen. Misschien begint een goed gesprek over AI niet met de vraag of de technologie indrukwekkend is, maar met de vraag: welke versie en welke mogelijkheden heb jij eigenlijk zelf ervaren?