Vandaag gaf ik een keynote in de Brabanthallen in Den Bosch. Tijdens mijn presentatie liet ik zien hoe werk de komende jaren verandert. Niet doordat we simpelweg betere chatbots krijgen, maar doordat AI steeds meer verandert in een persoonlijke assistent die echt naast je werkt.
Niet alleen een schermpje waarin je een vraag typt.
Maar een assistent die je context kent. Die weet waar je mee bezig bent. Die je helpt met e-mails, reizen, planning, gezondheid, training en werk.
Tijdens mijn keynote liet ik zien hoe mijn eigen AI-assistent mijn e-mails beantwoordt, mijn gezin kent, reizen voor mij plant en zelfs meedenkt als coach voor mijn gezondheid en trainingen.
En ik zag letterlijk monden openvallen.
Niet omdat mensen nog nooit ChatGPT hadden gezien. Maar omdat ze ineens voelden: wacht even, dit is geen speeltje meer. Dit komt heel dichtbij.
Aan het einde van de keynote kwamen dan ook terechte vragen.
“Maar ben je dan niet bang dat je privacy wordt misbruikt?”
“Wat als jij gegevens over je gezondheid in AI zet en een verzekeringsmaatschappij die gegevens ooit gebruikt om jou geen verzekering meer te geven?”
Dat zijn goede vragen. Privacy is een groot goed. Zeker als het gaat om persoonlijke informatie, medische gegevens, financiële gegevens of informatie over je gezin.
Maar toch heb ik er ook een dubbel gevoel bij.
Want tegelijkertijd plaatsen we al jaren enorme hoeveelheden persoonlijke informatie op andere plekken. We delen foto’s, verjaardagen, sportprestaties, vakanties, restaurantbezoeken en locatiegegevens op sociale media. We gebruiken Google Maps, waardoor onze routes, reizen en gewoontes worden opgeslagen. We lopen winkels binnen waar wifi-tracking kan meten hoeveel mensen langslopen, binnenkomen of terugkeren.
Begrijp me goed: dit is geen pleidooi om dan ook maar achteloos alles in AI te stoppen.
Integendeel.
Maar ik vind het wel opvallend dat AI vaak wordt behandeld alsof het de eerste technologie is die onze privacy raakt. Alsof we vóór AI nog in een wereld leefden waarin onze gegevens nergens werden verzameld.
Dat is natuurlijk niet zo.
De vraag die mij vooral bezighoudt is deze:
Waarom zijn mensen bij AI zo bang voor privacy, terwijl ze zich op veel andere terreinen nauwelijks afvragen wat er met hun gegevens gebeurt?
Tijdens mijn presentaties hoor ik vaak dat mensen simpelweg niet weten hoeveel data er op andere plekken al wordt verzameld. Ze zijn zich er niet van bewust. En precies daar zit volgens mij een groot deel van het probleem.
AI ligt onder een vergrootglas.
Je hoort er dagelijks over in de media. De mogelijkheden worden enorm uitvergroot, maar de risico’s ook. Daardoor ontstaat er een soort hyperfocus op AI. Alles wat AI doet, voelt spannend, gevaarlijk of revolutionair. Terwijl veel privacyvraagstukken helemaal niet nieuw zijn. AI maakt ze alleen zichtbaarder, concreter en persoonlijker.
En misschien is dat uiteindelijk juist goed.
Want als AI ervoor zorgt dat we eindelijk serieuzer gaan nadenken over privacy, data en digitale afhankelijkheid, dan is dat winst. Alleen moeten we dan wel breder kijken dan AI alleen.
Niet: “AI is eng, dus daar blijf ik vanaf.”
Maar: “Welke gegevens deel ik eigenlijk, met wie, waarom en onder welke voorwaarden?”
Dat is een veel betere vraag.
Een paar praktische tips
1. Gebruik op je werk alleen goedgekeurde AI-tools
Werk je met privacygevoelige informatie, klantgegevens, interne documenten of strategische bedrijfsinformatie? Gebruik dan alleen de AI-tools die je werkgever beschikbaar stelt.
De kans is groot dat jouw organisatie daar bewust instellingen, contracten en beveiligingsmaatregelen voor heeft ingericht. Denk aan afspraken over dataverwerking, opslag, logging en het niet gebruiken van bedrijfsdata voor modeltraining.
Gebruik je toch zomaar een eigen AI-tool voor werkdata, dan loop je het risico dat je interne afspraken of regels overtreedt. Niet omdat AI per definitie fout is, maar omdat je data buiten de gecontroleerde omgeving van je organisatie brengt.
2. Stop niet gedachteloos alles in een publieke AI-tool
Ook privé is het verstandig om bewust te blijven. Je hoeft niet paranoïde te zijn, maar je moet ook niet naïef zijn.
Vraag jezelf af: zou ik dit ook zomaar in een openbare online tool plakken?
Gaat het om medische gegevens, financiële documenten, wachtwoorden, contracten of zeer persoonlijke informatie? Dan is extra voorzichtigheid verstandig.
3. Gebruik lokale AI als privacy cruciaal is
Wil je maximale controle over je gegevens, dan kun je ook kiezen voor lokale AI. Dat betekent dat je een AI-model downloadt en op je eigen computer draait.
Het grote voordeel daarvan is simpel: je informatie verlaat je computer niet. Je documenten, teksten of gegevens blijven lokaal. Voor privacygevoelige toepassingen kan dat een interessante oplossing zijn.
Er zitten wel nadelen aan. Je hebt een goede computer nodig, het installeren vraagt soms wat technische kennis en lokale AI-modellen zijn meestal minder krachtig dan tools zoals ChatGPT, Claude of Gemini.
Maar voor bepaalde taken kan lokale AI juist heel waardevol zijn. Zeker als privacy belangrijker is dan maximale kwaliteit of snelheid.
AI vraagt om volwassenheid
AI dwingt ons om opnieuw na te denken over privacy. Niet omdat privacy vóór AI geen probleem was, maar omdat AI het probleem persoonlijker maakt.
Een zoekmachine kent je vragen. Sociale media kennen je gedrag. Navigatie-apps kennen je routes. Webshops kennen je koopgedrag.
Maar een AI-assistent kan straks iets anders kennen: je intenties, je twijfels, je werk, je gezondheid, je gezin en je manier van denken.
Dat is krachtig.
En precies daarom moeten we er volwassen mee omgaan.
Niet door AI blind te vertrouwen.
Niet door AI blind af te wijzen.
Maar door per situatie bewust te kiezen welke informatie je deelt, met welke tool je werkt en welke risico’s daarbij horen.
Privacy is geen reden om AI te negeren.
Het is wel een reden om beter na te denken.