← blog

Wat als de overheid mede-eigenaar wordt van de AI die zij moet reguleren?

Ik las de afgelopen dagen iets dat ik eerst twee keer moest lezen. Niet omdat het technisch ingewikkeld is, maar omdat het zo'n grote machtsvraag oproept. Er wordt namelijk geschreven dat OpenAI gesprekken heeft gevoerd over een constructie waarin de Amerikaanse overheid mogelijk een belang van 5 procent in OpenAI zou krijgen. Belangrijk om meteen scherp te hebben: de Amerikaanse overheid heeft die 5 procent niet gekregen. Volgens berichtgeving van The Guardian en Axios gaat het om vroege, conceptuele gesprekken. Er zou waarschijnlijk ook politieke goedkeuring nodig zijn voordat zoiets echt kan gebeuren. Maar juist omdat het nog een idee is, is dit het moment om na te denken over wat zo'n stap zou betekenen.

De gedachte erachter klinkt op papier best sympathiek. Als AI straks enorme economische waarde creëert, dan zou het vreemd zijn als die waarde alleen terechtkomt bij een paar bedrijven, investeerders en aandeelhouders. OpenAI schreef zelf eerder al over een Public Wealth Fund, een publiek fonds waarmee burgers kunnen meeprofiteren van de economische groei door AI. In de berichtgeving wordt gesproken over een mogelijk belang van 5 procent, eventueel via een soort publiek investeringsfonds. Op basis van de genoemde waardering van OpenAI zou dat gaan om tientallen miljarden dollars. Tom's Hardware rekent met ongeveer 42,6 miljard dollar. Dat is geen klein beleidsidee meer. Dat is een fundamentele keuze over wie meedeelt in de waarde van AI.

En toch schuurt het. Want de Amerikaanse overheid is niet zomaar een gewone investeerder. Het is ook de partij die regels maakt, toezicht houdt, toegang kan beperken, veiligheidseisen kan stellen en invloed heeft op welke AI-systemen wel of niet breed beschikbaar komen. De Associated Press schreef deze week ook over de rol van de Amerikaanse overheid bij de toegang tot nieuwe AI-systemen. Daardoor wordt de vraag ineens veel groter. Wat gebeurt er als dezelfde overheid die AI moet reguleren, financieel meeprofiteert van het succes van een AI-aanbieder?

De scheidsrechter wordt mede-eigenaar

Ik probeer dit soort ontwikkelingen altijd even uit de technische wereld te halen. Stel je voor dat een overheid mede-eigenaar wordt van een groot farmaceutisch bedrijf, terwijl diezelfde overheid moet bepalen welke medicijnen worden goedgekeurd. Of stel je voor dat een financiële toezichthouder een belang krijgt in een bank die zij moet controleren. Dan hoeft er niet eens direct iets mis te gaan om het problematisch te maken. Het systeem zelf begint dan te wringen, omdat er een belang ontstaat naast het publieke belang.

Dat is volgens mij precies het probleem hier. Een overheid moet bij AI kunnen zeggen: dit is veilig genoeg, dit is te riskant, dit moet langzamer, dit moet opener, dit moet juist strenger, dit mag niet alleen bij de grootste bedrijven terechtkomen. Maar als diezelfde overheid financieel profiteert van de groei van OpenAI, verandert de prikkel. Dan ontstaat de vraag of beslissingen nog puur worden genomen vanuit het belang van burgers, veiligheid, concurrentie en democratische controle, of dat ook de waarde van het eigen belang meespeelt.

Ik zeg niet dat er dan automatisch corruptie is. Dat is te makkelijk. Het probleem is subtieler. Je bouwt een systeem waarin wantrouwen logisch wordt. Als OpenAI later sneller toestemming krijgt dan een concurrent, zullen mensen denken: komt dat omdat OpenAI veiliger is, of omdat de overheid meedeelt in de waarde? Als regels zo worden geschreven dat vooral grote AI-aanbieders eraan kunnen voldoen, zullen mensen denken: is dat veiligheid, of bescherming van bestaande spelers? Zelfs als de intenties goed zijn, wordt het vertrouwen kwetsbaar.

Publiek meeprofiteren is niet hetzelfde als eigenaar worden

Wat dit lastig maakt, is dat ik het onderliggende idee wel begrijp. Als AI echt zo groot wordt als veel mensen verwachten, dan moeten we nadenken over verdeling. Wie profiteert er als AI productiviteit verhoogt, bedrijven rijker maakt en misschien werk vervangt? Alleen aandeelhouders? Alleen de mensen die toevallig vroeg genoeg hebben geïnvesteerd? Of ook de samenleving die uiteindelijk de infrastructuur, energie, data, kennis, universiteiten en politieke stabiliteit mogelijk maakt waarop dit allemaal gebouwd wordt?

Ik vind het dus helemaal niet vreemd om te praten over een publiek fonds, belasting op extreme winsten, dividend voor burgers of manieren waarop de samenleving kan meedelen in de waarde van AI. Sterker nog, ik denk dat we dat gesprek veel serieuzer moeten voeren. Maar er zit een groot verschil tussen publieke opbrengsten regelen en de overheid mede-eigenaar maken van specifieke bedrijven die zij ook moet reguleren.

Belasting is iets anders dan aandelenbezit. Een onafhankelijk publiek fonds is iets anders dan politieke invloed op een bedrijf. Een breed gespreide investering in de economie is iets anders dan een belang in een handvol AI-aanbieders die tegelijk afhankelijk zijn van overheidsbesluiten. De vorm maakt hier alles uit.

We kennen afhankelijkheid al

We hebben allemaal al meegemaakt hoe het is om afhankelijk te worden van software. Organisaties zijn vast komen te zitten in systemen van Microsoft, Google, Salesforce, Adobe of andere grote aanbieders. Niet omdat iemand op een dag bewust heeft besloten om afhankelijk te worden, maar omdat het langzaam gebeurde. Eerst was het handig. Daarna werd het normaal. Daarna werd overstappen ingewikkeld, duur en bijna onmogelijk.

Met AI kan dat nog veel groter worden. Als een bedrijf zijn werkprocessen, agents, kennisbanken, klantenservice, softwareontwikkeling en besluitvorming bouwt rond één AI-aanbieder, dan ontstaat er een nieuwe vorm van afhankelijkheid. Maar als daar ook nog een overheid boven hangt die bepaalt wie toegang krijgt tot de beste AI en tegelijk financieel belang heeft bij een bepaalde aanbieder, dan wordt die afhankelijkheid niet alleen technologisch. Dan wordt die ook politiek.

Dat is voor bedrijven en organisaties een ongemakkelijke gedachte. Je kiest dan niet alleen voor een AI-tool. Je kiest indirect ook voor een juridisch systeem, een geopolitieke machtsstructuur en misschien zelfs voor de economische belangen van een buitenlandse overheid. Dat klinkt groot, maar dat is precies waarom dit soort nieuws belangrijk is.

Concurrentie wordt kwetsbaar

Er zit nog een tweede probleem onder. Als de overheid een belang krijgt in OpenAI, of misschien in meerdere grote AI-bedrijven, wat betekent dat dan voor concurrentie? Kleine AI-bedrijven, open-source projecten en lokale AI-oplossingen hebben nu al moeite om bij te blijven met de grootste spelers. Ze hebben minder geld, minder chips, minder data en minder toegang tot distributie. Als de overheid vervolgens ook nog financieel verbonden raakt met de grootste AI-aanbieders, wordt het risico groter dat de markt verder dichtgroeit.

Dat kan zelfs gebeuren zonder kwade bedoeling. Grote bedrijven kunnen beter voldoen aan zware veiligheidseisen. Ze hebben juridische teams, lobbyisten, compliance-afdelingen en directe lijnen naar beleidsmakers. Kleine spelers hebben dat vaak niet. Regulering die bedoeld is om veiligheid te brengen, kan dan onbedoeld de grootste partijen beschermen. En als de overheid ook financieel belang heeft bij die grootste partijen, wordt het nog moeilijker om te geloven dat het speelveld echt gelijk blijft.

Dit is volgens mij een van de belangrijkste vragen voor de komende jaren. Hoe zorgen we dat AI veilig wordt, zonder dat veiligheid een excuus wordt om macht te concentreren bij een paar bedrijven en overheden? Want als AI de laag wordt waarop steeds meer werk, kennis en besluitvorming draait, dan is concurrentie geen detail. Het is een democratische voorwaarde.

Welke vragen moeten we stellen?

Als dit idee serieuzer wordt, moeten er volgens mij een paar vragen op tafel komen. Wie bezit dat belang precies? Is dat de Amerikaanse staat, een onafhankelijk fonds of direct de burger? Wie stemt namens dat belang? Heeft de overheid invloed op de strategie van OpenAI? Krijgt zij informatie die concurrenten niet krijgen? Mag een toezichthouder beslissingen nemen over een bedrijf waarvan de overheid mede-eigenaar is? Wordt het fonds breed gespreid over meerdere bedrijven, of ontstaat er een voorkeurspositie voor een paar winnaars?

En misschien nog belangrijker: hoe voorkom je dat burgers niet alleen financieel meedelen, maar ook echte zeggenschap houden? Want geld teruggeven aan burgers klinkt mooi, maar als de prijs is dat AI-macht verder wordt geconcentreerd, dan is dat geen echte democratisering. Dan is het vooral een dividend op afhankelijkheid.

Ik denk niet dat het antwoord simpel is. Misschien zijn er constructies mogelijk waarbij het publieke belang echt goed wordt beschermd. Bijvoorbeeld via een volledig onafhankelijk fonds, zonder stemrecht, met strikte regels tegen belangenverstrengeling en breed gespreide investeringen. Misschien moet het juist via belasting lopen. Misschien moet het internationaal worden geregeld. Maar wat volgens mij niet kan, is dit behandelen als een slim financieel trucje. Daarvoor is AI te belangrijk geworden.

Mijn ongemak

Mijn ongemak zit uiteindelijk hier. AI wordt steeds meer de infrastructuur van denken en werken. Het bepaalt hoe we schrijven, zoeken, programmeren, plannen, leren, ontwerpen en beslissen. Als de overheid daar regels voor maakt, moet zij maximaal vrij zijn om te doen wat goed is voor burgers. Niet wat goed is voor de waardering van een bedrijf waar zij zelf financieel in zit.

Ik ben nog steeds positief over AI. Ik denk dat AI enorm veel goeds kan brengen. En ik vind het zelfs terecht dat we nadenken over manieren waarop de opbrengsten van AI breder terechtkomen in de samenleving. Maar zodra de overheid mede-eigenaar wordt van de AI die zij moet reguleren, moeten alle alarmbellen afgaan. Niet omdat het per definitie fout is, maar omdat het de machtsvraag ineens heel concreet maakt.

Wie controleert de AI? Wie profiteert van de AI? Wie bepaalt wie toegang krijgt? En wie bewaakt dat de scheidsrechter niet langzaam zelf speler wordt?

Dat zijn geen technische vragen meer. Dat zijn de politieke vragen van het AI-tijdperk.