Ik zag vandaag een podcast met professor Brian Greene. In dat gesprek ging het onder andere over AI, bewustzijn, de toekomst van de mens en de vraag of AI uiteindelijk kan helpen om ons leven veel langer te maken. Niet een beetje langer. Niet vijf of tien jaar erbij. Maar misschien honderden jaren. Op een gegeven moment gaat het zelfs over 500 jaar leven.
Dat klinkt natuurlijk absurd. En het is belangrijk om meteen eerlijk te zijn: niemand weet of dit echt gaat lukken. Greene is daar zelf ook voorzichtig in. Misschien kan AI wetenschappelijke problemen oplossen waardoor geneeskunde en biologie enorm versnellen. Misschien duurt het meerdere generaties AI voordat zoiets mogelijk wordt. Misschien blijkt het helemaal niet haalbaar. Maar juist omdat het nu niet meer volledig als sciencefiction voelt, wordt de vraag interessant.
Stel dat het kan.
Stel dat AI ervoor zorgt dat we ouderdom veel beter begrijpen. Dat ziektes veel eerder worden opgespoord. Dat organen kunnen worden hersteld. Dat cellen opnieuw geprogrammeerd kunnen worden. Dat veroudering niet meer wordt gezien als een onvermijdelijk lot, maar als een technisch en medisch probleem waar steeds betere oplossingen voor komen. Dan verandert onze verhouding tot de dood. En misschien nog belangrijker: onze verhouding tot de keuze om niet verder te willen.
Als 100 jaar genoeg is
In de podcast zegt Brian Greene iets wat me aan het denken zette. Als iemand je de kans geeft om 500 jaar te leven, zullen veel mensen waarschijnlijk instappen. Dat snap ik. Het leven is verleidelijk. Je wilt je kinderen zien opgroeien. Misschien je kleinkinderen. Misschien je achterkleinkinderen. Je wilt zien waar de wereld naartoe gaat. Je wilt nog boeken lezen, reizen maken, dingen bouwen, mensen ontmoeten, fouten herstellen, opnieuw beginnen.
Maar er zullen ook mensen zijn die zeggen: nee, 100 jaar is genoeg.
Dat vind ik een bizarre gedachte. Niet omdat ik het niet begrijp. Ik begrijp het juist wel. Er kunnen genoeg redenen zijn waarom iemand niet nog honderden jaren wil leven. Misschien voelt een leven afgerond. Misschien is iemand moe. Misschien wil iemand niet leven in een wereld waarin bijna iedereen die hij ooit kende verdwenen is. Misschien wil iemand de natuurlijke grens van het leven accepteren. Misschien voelt verlenging niet als een geschenk, maar als een verplichting.
En daar begint het ethische probleem. Want als 500 jaar technisch mogelijk wordt, verandert 100 jaar dan van een normaal leven in een keuze om niet alle mogelijke jaren te pakken?
Is weigeren hetzelfde als stoppen?
Nu hebben we al ingewikkelde regels rond het einde van het leven. In Nederland is euthanasie niet zomaar toegestaan. De Rijksoverheid beschrijft zorgvuldigheidseisen, zoals een vrijwillig en weloverwogen verzoek, uitzichtloos en ondraaglijk lijden, het ontbreken van een redelijke andere oplossing en het raadplegen van een onafhankelijke arts. In veel andere landen is euthanasie nog veel strenger geregeld of volledig verboden, soms vanuit religieuze overtuiging en soms vanuit ethische of juridische principes.
Maar wat gebeurt er als de norm verschuift? Vandaag zien we een leven van 80, 90 of 100 jaar als een volledig mensenleven. Als iemand op hoge leeftijd overlijdt, vinden we dat verdrietig, maar niet vreemd. Het past binnen ons beeld van een natuurlijk leven. Maar stel dat de medische standaard ooit wordt dat je 300 of 500 jaar kunt leven. Wordt iemand die op zijn honderdste stopt met behandelen dan gezien als iemand die een natuurlijk leven voltooit, of als iemand die honderden jaren weigert?
Juridisch is dat niet hetzelfde als euthanasie. Een behandeling weigeren is iets anders dan actief je leven laten beëindigen. Maar moreel schuurt het wel tegen dezelfde vraag aan: wanneer mag een mens zeggen dat het genoeg is?
Van natuurlijk naar technisch mogelijk
Volgens mij is dit een van de diepere vragen die AI gaat oproepen. We zijn gewend om de natuur als grens te zien. Mensen worden geboren, mensen worden ouder, mensen sterven. Natuurlijk proberen we ziekte te behandelen en lijden te verminderen, maar ergens is er nog een achtergrondgevoel dat sterven bij het leven hoort.
Maar AI kan die grens gaan verplaatsen. Niet omdat AI zelf een medicijn is, maar omdat AI wetenschap sneller kan maken. AI kan patronen vinden in biologie. AI kan helpen bij medicijnontwikkeling. AI kan simulaties draaien. AI kan hypotheses maken. AI kan misschien helpen om veroudering veel fundamenteler te begrijpen. Als dat lukt, wordt de grens niet meer alleen bepaald door wat natuurlijk is, maar door wat technisch mogelijk is.
En dat verandert alles. Want dan wordt de vraag niet meer: mag je een natuurlijk leven beëindigen? De vraag wordt: moet je het technisch mogelijke leven blijven aannemen?
Dat is een veel vreemdere wereld.
De druk om langer te leven
Ik denk dat we de sociale druk hierin niet moeten onderschatten. Stel dat levensverlenging beschikbaar wordt. Eerst waarschijnlijk voor rijke mensen. Daarna voor steeds meer mensen. Misschien via verzekeringen. Misschien via werkgevers. Misschien via staten die hun bevolking gezonder en productiever willen houden. Dan ontstaat er vanzelf een nieuwe norm.
Als iedereen zijn leven verlengt, voelt niet verlengen ineens als een afwijking. Misschien gaan kinderen tegen hun ouders zeggen: waarom kies je er niet voor om langer bij ons te blijven? Misschien gaan werkgevers verwachten dat mensen langer productief blijven. Misschien gaan overheden pensioenstelsels aanpassen omdat 100 jaar oud ineens niet meer het einde van een leven is, maar het begin van een volgende fase.
Dan wordt langer leven niet alleen een mogelijkheid, maar misschien ook een verplichting.
En dat vind ik spannend. Want een langer leven klinkt in eerste instantie als pure winst. Meer tijd. Meer ervaringen. Meer liefde. Meer kennis. Maar als langere levensverwachting verandert in sociale, economische of morele druk, dan ontstaat er een andere vraag. Ben je nog vrij om te zeggen: ik hoef niet nog 300 jaar?
Regels voor een wereld die nog niet bestaat
AI gaat op veel manieren voor rare situaties zorgen. Dit is daar een voorbeeld van. We hebben wetten en regels gemaakt voor een wereld waarin de menselijke levensduur ongeveer binnen bekende grenzen valt. We hebben discussies over euthanasie, palliatieve zorg, behandelgrenzen, medische autonomie en het recht om behandelingen te weigeren. Maar we hebben die discussies nog niet echt gevoerd voor een wereld waarin honderden extra levensjaren misschien technisch mogelijk worden.
Daar moeten we dus nu al over nadenken. Niet omdat we morgen allemaal 500 jaar oud worden. Dat zou veel te stellig zijn. Maar omdat technologie vaak eerst onmogelijk klinkt, daarna experimenteel wordt, daarna beschikbaar komt voor een kleine groep en vervolgens langzaam normaal wordt. Tegen de tijd dat iets normaal is, lopen regels en ethiek vaak achter.
De vraag is dus niet alleen of AI ons langer kan laten leven. De vraag is ook wie mag bepalen wat een goed leven is als het leven veel langer kan worden.
Mag een mens tevreden zijn met 100 jaar? Mag iemand zeggen: mijn leven is klaar? Mag iemand een behandeling weigeren die hem nog 200 jaar kan geven? Moeten artsen dat accepteren? Moeten families dat accepteren? Moet de wet daar iets over zeggen? En wat gebeurt er als sommige mensen dit als vrijheid zien, terwijl anderen het zien als het weggooien van leven?
AI verandert zelfs de dood
Wat mij raakt aan deze gedachte, is dat AI niet alleen gaat over werk, software, onderwijs of economie. AI gaat uiteindelijk ook over de meest fundamentele menselijke vragen. Wat is leven? Wat is bewustzijn? Wat is genoeg? Wat is vrijheid? Wat is een natuurlijke grens als technologie die grens kan verschuiven?
Misschien komt die wereld nooit. Misschien blijft 500 jaar leven een futuristische gedachte die vooral goed werkt in podcasts en tweets. Maar ik denk dat het gevaarlijk is om dit soort vragen pas serieus te nemen als de technologie er al is. Want dan is de morele infrastructuur nog niet klaar.
AI kan ons leven misschien verlengen.
Maar dan moeten wij opnieuw bepalen wat het betekent om een leven te mogen voltooien.