← blog

We gaan naar een superapp voor al ons werk

Ik merk dat er opnieuw iets aan het verschuiven is. De afgelopen week zag je bij OpenAI een paar losse ontwikkelingen die op zichzelf misschien klein lijken, maar samen een behoorlijk duidelijke richting laten zien. ChatGPT heeft met GPT-Live de praatfunctie verbeterd, waardoor praten met AI steeds meer voelt als een natuurlijke manier om met je computer te werken. Daarnaast heeft ChatGPT op het web een Chat-tabblad en een Work-tabblad gekregen. En de Codex-app is veranderd in de ChatGPT desktop app, waarin je kunt schakelen tussen Chat, Work en Codex. Als je al die dingen bij elkaar optelt, zie je volgens mij iets ontstaan: we gaan steeds meer naar één superapp waar we alles tegen zeggen.

Ik bedoel daarmee niet dat er technisch nog maar één app bestaat. Onder de motorkap blijven er natuurlijk nog steeds bestanden, databases, websites, agenda's, mailboxen, spreadsheets, presentaties en allerlei systemen bestaan. Maar voor de gebruiker verschuift het startpunt. Je begint niet meer in Word, Excel, PowerPoint, Gmail, Google Drive, Slack, je browser of je CRM. Je begint in ChatGPT. Je vertelt wat je wilt bereiken, en daarna gaat de AI bepalen welke bestanden, tools, websites of apps daarvoor nodig zijn. Dat is een veel grotere verandering dan het op het eerste gezicht lijkt.

De app wordt het gesprek

OpenAI omschrijft ChatGPT Work als een agent die actie kan ondernemen in je apps en bestanden, langere tijd met een project bezig kan blijven en een doel kan omzetten in afgerond werk. Dat is eigenlijk precies de verschuiving waar ik al langer over schrijf. AI is niet meer alleen de plek waar je een vraag stelt. AI wordt de plek waar werk begint.

Tot nu toe was software vooral iets waar jij naartoe ging. Je had een taak, opende een programma, zocht de juiste knop, maakte iets, exporteerde het, deelde het en ging daarna weer naar een ander programma. AI draait dat langzaam om. Jij begint met het doel. De AI kiest de route. Soms maakt die een document. Soms een spreadsheet. Soms een presentatie. Soms code. Soms een website. Soms gewoon een antwoord. Het format wordt minder belangrijk dan het werk dat gedaan moet worden.

Dat is waarom ik steeds vaker denk dat software niet letterlijk verdwijnt, maar wel uit beeld verdwijnt. De software blijft bestaan, maar wordt minder vaak de plek waar je bewust naartoe gaat. De app wordt niet meer het startpunt. Het gesprek wordt het startpunt.

Het delen van software was nog het probleem

In een eerdere blog schreef ik al dat software aan het verdwijnen is zoals we het kennen. Je kunt nu aan AI vragen om een kleine tool te maken die precies doet wat jij nodig hebt. Een eigen planningstool. Een klantendashboard. Een simpele rekenmodule. Een interne kennisbank. Een kleine website. Voorheen kocht je daar software voor, of je vroeg een ontwikkelaar om iets te bouwen. Nu kun je het steeds vaker gewoon laten maken.

Maar er zat nog één groot obstakel in. Veel mensen konden zo'n tool misschien wel laten maken op hun eigen computer, maar daarna wisten ze niet hoe ze die moesten delen. Je kunt natuurlijk zelf een server regelen, zoals ik doe. Of je kunt een bedrijf betalen dat dit voor je host, zoals Vercel of Netlify. Maar de meeste mensen doen dat niet. Niet omdat ze het niet willen, maar omdat het te technisch voelt. Domeinen, hosting, deployments, rechten, databases, beveiliging: voor de meeste mensen is dat gewoon gedoe.

Daarom vind ik ChatGPT Sites zo interessant. OpenAI zegt dat je vanuit Codex een live website of lichte app kunt maken en delen, inclusief hosting, toegangscontrole, opslag en database-ondersteuning. In de voorwaarden staat ook expliciet dat OpenAI de site host zodra je die publiceert. Dat klinkt misschien als een productdetail, maar volgens mij is dit een enorme stap. Want daarmee wordt niet alleen het maken van software makkelijker, maar ook het delen ervan.

En dat verandert alles.

Van PowerPoint naar een eigen tool

Als iedereen straks aan AI kan vragen om een alternatief voor een PowerPoint, Excel-sheet, Word-document of intern dashboard te maken, en dat daarna ook meteen kan delen met collega's, dan verschuift de waarde van bestaande software. Natuurlijk blijft Excel voorlopig bestaan. Natuurlijk blijven PowerPoint en Word bestaan. Grote organisaties zitten vol sjablonen, processen, compliance, gewoontes en documenten. Dit verdwijnt niet morgen.

Maar stel je voor dat een medewerker niet meer denkt: ik moet een Excel-sheet maken. Maar: ik wil dat mijn team elke week snel de planning kan bijwerken en afwijkingen ziet. Dan kan AI misschien een kleine webapp maken die precies dat doet. Niet generieke spreadsheetsoftware waar je je workflow in moet persen, maar een tool die gemaakt is voor dat ene proces. En als die tool meteen te delen is binnen je organisatie, dan wordt de drempel ineens veel lager.

Dat is de echte bedreiging voor bestaande software. Niet dat AI morgen Microsoft Office kopieert. Maar dat mensen steeds vaker geen generieke software meer nodig hebben, omdat ze specifieke software kunnen laten maken op het moment dat ze die nodig hebben.

Een cafe in Schotland

Ik schrijf dit terwijl ik op vakantie ben in Schotland. Ik zat in een cafe in een afgelegen natuurgebied en zag de eigenaar werken in de ChatGPT app. Dat trok natuurlijk meteen mijn aandacht, dus ik raakte kort met hem aan de praat. Hij vertelde dat hij als eigenaar niet de mogelijkheid heeft om dure software aan te schaffen voor zijn personeel, sociale media software te betalen of zomaar een website te laten maken. Dus doet hij het nu allemaal met ChatGPT.

Dat vind ik fascinerend. Niet omdat dit een groot technologiebedrijf is dat een AI-strategie uitrolt. Juist niet. Dit is een kleine ondernemer in een cafe in Schotland die tegen dezelfde muur aanloopt als miljoenen andere kleine ondernemers. Hij heeft werk te doen, maar geen budget, team of technische afdeling. En ineens heeft hij een app waarmee hij teksten kan maken, plannen kan uitwerken, sociale media kan voorbereiden en waarschijnlijk binnenkort ook kleine websites en tools kan bouwen en delen.

Daar zie je volgens mij de echte verandering. AI gaat niet alleen grote bedrijven sneller maken. AI gaat mensen die voorheen geen toegang hadden tot dure software, bureaus of ontwikkelaars ineens mogelijkheden geven die ze eerder niet hadden. Dat betekent niet dat alles meteen goed is. Je moet blijven controleren. Je moet nadenken. Je moet begrijpen wat je deelt en wat je niet deelt. Maar de toegang verandert wel fundamenteel.

Waarom Nadella’s waarschuwing interessant is

Tegelijkertijd zie je dat Satya Nadella, de CEO van Microsoft, een opvallend stuk heeft geschreven over wat hij de Reverse Information Paradox noemt. Zijn punt is dat bedrijven bij AI eigenlijk twee keer betalen. Eerst met geld. Daarna met de kennis die ze moeten geven om de AI echt nuttig te maken. Hoe beter je wilt dat AI voor je werkt, hoe meer context, documenten, feedback, correcties en bedrijfskennis je erin stopt.

Ik vind dat een terecht punt. Als je een AI-aanbieder steeds meer leert over jouw bedrijf, jouw processen, jouw klanten, jouw manier van werken en jouw beslissingen, dan geef je niet alleen data weg. Je geeft iets veel waardevollers weg: de manier waarop jouw organisatie leert. Dat is misschien wel de nieuwe kern van concurrentievoordeel.

Maar ik kan het stuk ook niet los zien van de grotere beweging. Want als we echt naar één superapp gaan, en als ChatGPT voor steeds meer mensen het centrale startpunt wordt voor werk, dan wordt de vraag natuurlijk: wat is dan nog de rol van Microsoft? Als mensen documenten, spreadsheets, presentaties, dashboards, websites en kleine apps laten maken via ChatGPT, waarom zouden ze dan nog beginnen in Office? Als iedereen software kan laten hosten via ChatGPT Sites, waarom zou Windows dan nog het logische middelpunt van je digitale werk zijn?

Ik zeg niet dat Microsoft verdwijnt. Dat zou te makkelijk zijn. Microsoft heeft enorme distributie, zakelijke klanten, cloudinfrastructuur, Teams, Office, Windows, Azure en natuurlijk ook een diepe relatie met OpenAI. Maar de strategische vraag wordt wel anders. Vroeger was Microsoft het startpunt omdat werk begon in Windows en Office. Straks kan het startpunt een AI-assistent zijn die toevallig ook Microsoft-bestanden kan gebruiken. Dat is een subtiel verschil, maar strategisch is het enorm.

De strijd om het startpunt

Volgens mij gaat de komende jaren niet alleen over wie de beste AI heeft. Het gaat ook over wie het startpunt van werk wordt. Open je je laptop en begin je in Windows? Begin je in Chrome? Begin je in Teams? Begin je in Slack? Begin je in Notion? Of begin je in ChatGPT en laat je de AI bepalen welke software er nodig is?

Dat klinkt misschien abstract, maar dit is precies waar macht in software altijd heeft gezeten. Wie het startpunt beheerst, bepaalt welke tools zichtbaar zijn, welke standaarden belangrijk zijn, waar data naartoe gaat en welke bedrijven waarde kunnen afromen. Microsoft won ooit omdat Windows en Office het startpunt van digitaal werk werden. Google won een groot deel van het internet omdat zoeken het startpunt werd. Apple won doordat de smartphone het startpunt werd van ons persoonlijke digitale leven. Nu ontstaat er een nieuw startpunt: de AI-agent.

En als dat klopt, dan is de superapp niet zomaar een handig product. Het is de nieuwe voordeur van software.

De vraag die blijft hangen

Ik zit daardoor een beetje dubbel in deze ontwikkeling. Aan de ene kant vind ik het geweldig. Een cafe-eigenaar in Schotland kan ineens dingen doen die vroeger buiten bereik lagen. Een medewerker kan straks een interne tool maken zonder ontwikkelteam. Een zzp'er kan een website, dashboard of planning maken zonder dure softwarepakketten. Dat is enorm democratiserend.

Aan de andere kant ontstaat er nieuwe afhankelijkheid. Als alles begint in één AI-app, dan moet je heel goed nadenken over welke informatie je daar neerzet, wie daarvan leert, wie je tools host en wat er gebeurt als de voorwaarden veranderen. Nadella heeft gelijk dat bedrijven hun eigen kennis en leerproces moeten beschermen. Maar de reden dat die waarschuwing nu zo urgent voelt, is juist omdat de superapp zo aantrekkelijk wordt.

Daar zit de spanning. Hoe makkelijker AI ons werk overneemt, hoe logischer het wordt om alles erin te stoppen. En hoe meer we erin stoppen, hoe belangrijker de vraag wordt wie het startpunt van ons werk bezit.

Misschien is dit dus niet alleen het verdwijnen van software. Misschien is dit vooral de strijd om wat software vervangt.